Laatste berichten

RSS #23ad op Twitter

Flickr tag archieven

iphone

android

funda

DSCF0911

IMG_1334

More Photos

#23 Evalueer wat je in de afgelopen tijd hebt geleerd

Geschreven: 16 november 2009, door Luud de Brouwer

Y E S S S S ! Je hebt de finish gehaald, het 23e Ding! Je kan jezelf een schouderklop geven voor het feit dat je het hele programma hebt doorlopen. Gefeliciteerd!

Voor dit laatste Ding vraag ik je om terug te kijken op deze ontdekkingsreis en daar een laatste (althans, voor dit cursusprogramma) blogpost over te schrijven. Om er wat lijn in aan te brengen zou je over deze punten kunnen schrijven:

  • Wat waren je favoriete Dingen die je onderweg hebt leren kennen en gebruiken?
  • Wat heeft dit leerprogramma “gedaan” met jou en met de organisatie waar je werkt?
  • Waren er dingen die je verrasten, als onverwacht resultaat van dit programma?
  • Wat kan er gedaan worden om 23 Archiefdingen te verbeteren?
  • En vul aan: “23-Archiefdingen was voor mij …”

Het waren intensieve maanden waarin je het soms misschien niet meer zag zitten, maar het waren ook tijden waarin er in je organisatie dag in dag uit over Web 2.0 werd gepraat. In elk geval heeft het je ervaring met en je kennis over het nieuwe web flink verrijkt. En je hebt iets gedaan, waar je misschien lang geleden al mee stopte: spelen en spelend leren.

Wij wensen je veel succes toe in het doorgaan met spelen en ontdekken. Je weet nu weer hoe dat gaat!

Tenslotte kan je hieronder nog kijken en luisteren naar de bedenkster en promotor van 23 Things, Helene Blowers. Ze spreekt hier naar aanleiding van het afronden van het eerste traject dat werd gedaan bij de Public Library of Charlotte and Mecklenburg.

Rob Coers en de Archief 2.0 community wensen je veel plezier bij je verdere zoektocht op internet.

#22 Mobiele toepassingen – de toekomst?

Geschreven: 15 november 2009, door Tim de Haan

In het kort

In alle onderzoeken over internet, de trendvoorspellingen voor de (nabije) toekomst zie je een aantal ontwikkelingen terugkomen. Mobiel en Overal spelen hierbij een centrale rol. Een praktische uitwerking hiervan is dat technisch geavanceerde, krachtige en slimme mobiele telefoons voorzien van mobiel internet, Global Positioning System (GPS), multimedia voorzieningen bezig zijn aan een opmars. Zo zijn er in Europa in 2009 zo’n 186 miljoen telefoons verkocht waarbij er 1 op de 7 zo´n zogenaamde Smartphone is. Dit betekent dat er nu al ongeveer 26,5 miljoen telefoons smart zijn en naar verwachting is dat percentage rond 2013 naar 38% gestegen. Ook in Nederland lopen de statistieken hiermee in de pas met zo’n 10% tot 15% aan smartphonegebruikers.

Wat zijn de kenmerken van zulke telefoons? Ze hebben grote beeldschermen met veel kleuren (vaak) voorzien van een aanraakscherm een zogenaamd touchscreen. Een camera is aanwezig om foto´s en video te maken. Op het toestel is relatief snel mobiel internet beschikbaar en applicaties – ook vaak apps genoemd – (die op zijn minst verbinding hebben met internet) zijn aangepast op mobiel gebruik. Ze zijn dus geschaald naar de schermgrootte en maken niet excessief gebruik van de bandbreedte (transfer van data over internet) of processorcapaciteit (het hart van pc of mobiele telefoon). De bekendste voorbeelden hiervan zijn momenteel de IPhone van Apple, de Android toestellen van HTC en Samsung en de Nokia N-series. Maar bijna elk merk heeft wel één of meerdere smartphones in het assortiment.

Zo zie je dat meer en meer dat de telefoon een verlengstuk wordt van je sociale netwerk(en). Let maar eens op de reclames over mobiele telefoons. Die gaan al lang niet meer over het bellen en sms-en maar over je sociale netwerk binnen handbereik. Ook de (Nederlandse) providers spelen hier handig op in met mobiel internet tarieven vaak gebaseerd op zogenaamde flat fee tarieven. Zolang je niet al te gek met mobiel internet in de weer bent betaal je maandelijks een vast tarief voor internet toegang. Voor € 10,- ben je al snel altijd en overal online.

De telefoon is niet primair meer een toestel om mee te bellen maar bovenal om verbonden te zijn met de wereld om je heen. Dat brengt mij naar een laatste kenmerk: locatie. Bijna alle telefoons zijn uitgerust met een GPS. Dat lijkt een simpele constatering maar biedt uiteindelijk een schat aan mogelijkheden om geografisch gebaseerde informatie en diensten aan te bieden, mobiel en real time (dus aangepast en toegespitst op tijdstip en plek).

Een van de grootste groeimarkten gekoppeld aan de stijgende verkoopcijfers van de smartphone is die van de applicaties, de zogenaamde apps. Dit jaar wordt verwacht wereldwijd voor circa $ 6,8 miljard te worden omgezet aan apps voor 2013 verwacht IT onderzoeksbureau Gartner dit te zijn toegenomen tot $ 29,5 miljard. Deze worden door de verschillende telefoon-besturingsprogramma’s aangeboden in hun online winkeles hiervoor de app-stores waarbij Itunes van de IPhone (de telefoon van Apple) verreweg de bekendste en grootste is. Daarnaast is er de Android-Market voor de Android-telefoons (gebaseerd op een Google-besturingsprogramma), App World voor Blackberry (een smartphone die zich vooral richt op de zakelijke markt) gebruikers, OVI voor de Nokia toestellen, Marketplace voor Windows Mobile telefoons (voorzien van een Windows-besturingsprogramma) en sinds heel kort Bada voor de Samsung toestellen. Het principe is simpel via je browser of app-stores op je telefoon ga je op zoek naar een programma, een app van je gading. Je download het (eventueel na betaling) en je kan er gelijk mee aan de slag. Het aanbod in kwantiteit en kwaliteit is overweldigend van Jawbreaker en Solitaire (spelletjes) naar QR-code scanners (een soort barcode die je via de camera op je telefoon plus onderliggende software kan uitlezen) via GPS trackers (programma’s die kunnen volgen waar je bent, hoe hoog of hoe snel) of je dagelijkse portie citaten van historische (of hedendaagse) beroemdheden naar apps voor je favoriete sociale netwerken (Twitter, Facebook, Hyves of LinkedIn).

Een aparte vermelding is er voor de recente opkomst van Augmented Reality en de rol van de (Nederlandse) browser Layar hierin. Deze app was een van de eerste breed toegankelijke toepassingen van Augmented Reality voor de telefoon. Door de GPS en internet-verbinding op de telefoon aan een kompas en een camera te verbinden en ze met elkaar te laten interacteren… Vertelt het kompas waar je heenkijkt, de GPS waar je bent, de camera levert het beeld voor de interface en het internet verbindt het geheel aan elkaar. Zo krijg je een filter over je het camerabeeld met daarop informatie van bijvoorbeeld Funda (een makelaarswebsite). Het aantal locaties en informatielagen groeit hard maar is nog betrekkelijk klein waardoor je niet overal de Augmented Reality kan oproepen. Vooral commerciële partijen zijn dit momenteel aan het verkennen.

Ontdekoefening

Heb je een smartphone inclusief een mobiel internet abonnement begeef je dan op de app-store van je specifieke merk smartphone en probeer één of meerdere apps te downloaden. Speel eens met het app ter ondersteuning van #17 of #15. Probeer de Augmented Reality-browser Layar te downloaden en kijk door de bril van de Augmented Reality naar de wereld. Ben je zelf niet in het bezit van zo´n telefoon met bijbehorend mobiel internet vraag dan eens aan een collega, vriend of familielid die dat wel is of die je eens kort een paar van zulke apps kan laten zien en over welke hij of zij enthousiast is en waarom.

Bedenk eens een goede app voor het archief waarbij gebruik moet worden gemaakt van mobiel internet, camera of GPS (liefst gecombineerd). Wellicht een dagelijks wisselende gallery op de telefoon voor topstukken, tentoonstellingen en dozen voorzien van QR codes, een historische GPS tocht door de binnenstad?


#21 Archief 2.0 en de toekomst van archieven

Geschreven: 9 november 2009, door Christian van der Ven

Archief 2.0

In het kort

Archief 2.0 is een betrekkelijk nieuwe term die gebruikt wordt voor een verzameling gedachten om op een andere manier archiefdiensten aan te bieden aan de gebruikers. De naam Archief 2.0 is een afgeleide van Web 2.0 en gekscherend krijgen ook andere branches weleens het label 2.0 opgeplakt wanneer er klantgerichter of ‘anders’ (moderner) gewerkt gaat worden: Reizen 2.0, Boodschappendoen 2.0, Koken 2.0 en ga zo maar door. Kernpunt is dat “2.0″ alle ruimte biedt aan gebruikers om mee te werken aan en te participeren in de verdere ontwikkeling van bestaande en nieuwe diensten en producten, zowel online als in de ‘echte’ wereld. Maar hoe onecht is online eigenlijk?

De moderne archiefdienst is niet alleen een fysiek gebouw of een website waar bezoekers heengaan, maar biedt haar diensten aan op alle (virtuele) plekken waar klanten zijn. En de moderne archiefdienst maakt daarbij gebruik van de Web 2.0 tools waar zij (die klanten) al vertrouwd mee zijn.

Velen redeneren dat Archief 2.0 meer is dan alleen een term om nieuwe Web 2.0 technologieën in een archiefsetting te plaatsen. Het is tegelijkertijd een term die gebruikt wordt om een bepaald bewustzijn van de (digitale) veranderingen om ons heen waar te nemen en daar ook actief in mee te willen gaan. Een gedragsverandering dus!

Hoe het ook zij en welke kant de discussie ook uit zal gaan, iedereen die het archiefwezen van nabij volgt is ervan overtuigd dat de archiefdienst van morgen (of over vijf of tien jaar) er totaal anders uit zal zien dan het archief van vandaag. En dat geldt ook voor het werken in een archief. En dat geldt dus ook voor jouw archief. En voor jou.

Ontdekoefening

  1. Bekijk twee of drie van de suggesties voor extra informatie over Archief 2.0 (zie onder). Als je zelf goede andere artikelen, presentaties of wat dan ook hebt gevonden, laat het dan weten via een reactie op dit bericht.
  2. Schrijf een blogpost waarin je je gedachten weergeeft over één van deze bronnen.
  3. Meld je aan bij de Archief 2.0 community met je cursusaccountgegevens en neus er eens rond. Bekijk bijvoorbeeld het discussiearchief!
  4. Schrijf een blogpost over hoe jij tegen Archief 2.0 aankijkt.

Extra informatie

In Nederland besteden maar heel weinig bloggers regelmatig aandacht aan Archief 2.0, maar ook door bibliothecarissen en in het buitenland wordt geblogd. Kijk maar eens op deze weblogs (en zoek eventueel in hun archief):

  • Links, tags en widgets / Luud de Brouwer (Regionaal Archief Tilburg) blogt regelmatig over Web 2.0 en talloze andere onderwerpen
  • De Digitale Archivaris / Christian van der Ven (BHIC) blogt regelmatig over Archief 2.0
  • ArchivesNext / Kate Theimer is de meest vooraanstaande Amerikaanse blogger over Archives 2.0
  • Web 2.0 op ArchivesHub / Engelse blogposts over Web 2.0 voor archieven
  • ZB Digitaal / Edwin Mijnsbergen is de meest toonaangevende biblioblogger in Nederland, die schrijft over Web 2.0 in z’n algemeen en Bibliotheek 2.0 in het bijzonder

En natuurlijk is er een online community zeer actief op het gebied van Archief 2.0. Je kunt de discussies en ideëen vrij bekijken, maar om mee te doen kan je het beste lid worden: www.archief20.org

Neem eventueel ook eens een kijkje bij onze collega’s van Bibliotheek 2.0.

#20 Footnote, een sociaal archiefnetwerk

Geschreven: 1 november 2009, door Marilou Nillesen

In het kort

Ben je geïnteresseerd in weduwen van Amerikaanse mariniers of in UFO’s – om maar twee willekeurige voorbeelden te noemen – dan is er goed nieuws: je bent namelijk niet de enige!
De site Footnote laat een ongelooflijke hoeveelheid informatie zien op het gebied van de (Amerikaanse) geschiedenis: documenten, archiefstukken en foto’s. Niet alleen over treurende vrouwen of vliegende objecten, maar een breed scala aan onderwerpen. Door samenwerking met National Archives, Allen County Public Library en FamilySearch zijn miljoenen historische documenten nu voor een groot publiek makkelijk beschikbaar. Vanuit je luie stoel grasduin je door de geschiedenis; je neust even door de persoonlijke post van Lincoln of probeert te traceren waar nu net die onbekende foto’s in 1945 zijn genomen.

footnote-1

Footnote en sociale netwerken
Het motto van Footnote is: History for the People – Discover. Discuss. Connect. Share. Footnote combineert historische documenten met een sociaal netwerk. Liefhebbers kunnen hierdoor naar hartelust interessante stukken downloaden maar ook hun eigen verhaal bij historische gebeurtenissen uploaden. Statisch historisch materiaal krijgt hierdoor een menselijk gezicht. En het aangeboden materiaal heeft een wereldwijd bereik. Dus wie benieuwd is naar die soldaat zonder naam die sterft met alleen de foto van zijn kinderen op zak, zet dat op Footnote.

Nieuw op de site is het onderdeel I Remember waarbij Footnote samenwerkt met het populaire Facebook. Op een persoonlijke pagina worden kleine monumentjes opgericht voor mensen die gestorven zijn. Informatie van Facebook én Footnote worden hierbij gekoppeld. Daarnaast kunnen liefhebbers hun eigen schoenendoos met foto’s en verhalen plaatsen op een eigen Footnote-pagina maar het is ook mogelijk die informatie te koppelen aan onderwerpen die al op Footnote staan.

Een mengeling daarvan vind je op de Vietnam Wall Memorial. Alle namen op dit monument zijn apart aan te klikken en je krijgt direct een beeld van de gesneuvelde soldaat. Naam, rang, woonplaats, religie, getrouwd of niet, wanneer hij naar Vietnam is vertrokken en wanneer, waar en waaraan hij is overleden. Sommige mensen geven korte comments (reacties) op dit onderdeel; ze halen herinneringen op aan de soldaat of laten op deze manier weten dat hij niet vergeten is. Anderen maken een aparte pagina voor deze persoon. Alle feitelijke informatie, plus tijdbalk, wordt al in een vast stramien aangeboden door Footnote, maar er is volop ruimte voor eigen foto’s, verhalen en herinneringen.

Hierdoor biedt Footnote een overzicht van belangrijke historische gebeurtenissen tot persoonlijke herinneringen en familiegeschiedenissen.

Footnote en archiefonderzoek
Of het nu gaat om de Tweede Wereldoorlog, de Amerikaanse presidenten, historische kranten of andere documenten: Footnote heeft het in huis en wil het ook delen. Oké, als je documenten wil downloaden, heb je een abonnement nodig maar rondklikken is gratis en heel veel is voor niets te zien. Bovendien kost een gemiddelde hobby meer dan een jaarabonnement bij Footnote én je krijgt er ook veel voor terug.

footnote-2

De stukken die je te zien krijgt, zijn bijvoorbeeld van prima kwaliteit. Dat komt omdat Footnote samenwerkt met een commerciële partij die zorgt voor het technische deel. En dat is te zien: je hoeft niet uren te wachten voordat een stuk is ingelezen en de scans zijn mooi. De stukken die van de National Archives zijn ingescand, zijn allemaal loepzuiver. Sommige stukken die anderen hebben geupload zijn van mindere kwaliteit, maar dat gaat maar om een heel klein deel. Qua techniek zit het daarom allemaal wel snor.

Door de samenwerking met de National Archives hoeft Footnote voorlopig niet bang te zijn dat ze zonder mooie documenten komt te zitten! ;-) Veel van de stukken die je nu kunt vinden, waren niet eerder via internet beschikbaar. En er komen maandelijks weer nieuwe documenten bij.

Ook voor genealogen met Amerikaanse roots kan Footnote het werk vereenvoudigen. Met een gigantische database aan informatie is de kans groot dat ook één van jouw voorvaderen daarin zijn sporen heeft nagelaten.

Footnote is bovendien gebruiksvriendelijk. Je hoeft geen handig ict-mannetje te zijn om documenten te annoteren, foto’s in de spotlight te zetten of foto’s en verhalen met elkaar te verbinden. Wil je zelf een collectie van bepaalde foto’s vormen, word het je ook niet moeilijk gemaakt. Via “Drag&Drop” (Sleur&Pleur in goed Nederlands) heb je zo jouw favoriete foto’s bijelkaar staan. De knoppen staan duidelijk bij de documenten en spreken voor zich: een kind kan de was doen. A child can do the laundry want ja, Footnote is natuurlijk wel Engelstalig.

Ontdekoefeningen

  1. Wandel ‘ns rustig door Footnote (probeer niet te verdwalen!). Je kunt inloggen met gebruikersnaam: 23archiefdingen@gmail.com en wachtwoord: archief20
  2. Neem een kijkje bij onder andere Member Discovories (en zie waarmee andere Footnote-leden op dat moment bezig zijn).
  3. Kies een aansprekend archiefstuk en annoteer er een stukje van (jawel hoor; je kunt als je wil zo een deel van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring annoteren).
  4. Welke onderdelen van deze site zouden toepasbaar zijn voor jouw archief?
  5. Zet een deel van een foto in een Spotlight.
  6. Welk onderdeel vind je niet goed aan Footnote of zou je anders willen zien?

footnote-3

Meer informatie

#17 Sociale netwerken en wat er in te doen is

Geschreven: 20 oktober 2009, door Christian van der Ven

In het kort

Al sinds het begin van het internet komen mensen online bij elkaar rond een onderwerp dat hen bindt. Zo ontstonden de eerste bulletin boards voor computeraars, enige tijd later gevolgd door de nieuwsgroepen op Usenet en de forums, die zich nestelen binnen websites of een zelfstandig leven leiden.
Mensen hebben duidelijk een behoefte om op het internet gelijkgestemden te ontmoeten die met dezelfde vragen en problemen worstelen als zij. Dat varieert van een nieuwsgroep voor verzamelaars van antiek, voor mensen met een zeldzame ziekte en groepen rond huishoudelijke issues, tot forums over wetenschap en religie.

onlinesocialnetworks.jpgMedio negentiger jaren kwamen daar ineens de zogenoemde profielensites bij. Daarbij gaat het niet zozeer om een onderwerp waaromheen mensen zich groeperen, maar draait het vooral om jouzelf en je eigen netwerk. Orkut en Friendster waren twee van de eerste websites waar je je kan aanmelden, een eigen plekje krijgt en waarin je vertelt wie je bent, wat je doet, ergens van vindt en waar je belangstelling naar uit gaat. Vervolgens nodig je mensen uit om ook lid te worden van deze profielensite en om vriend met je te worden. Online vrienden bekijken elkaars profielen, maar delen vooral meer met elkaar dan dat alleen. Foto’s, muziek, bestanden, maar vooral ook wat hen dagelijks bezighoudt, je deelt het met je vrienden! En hoe meer vrienden je hebt, hoe beter je gebruik kunt maken van wat anderen met je willen delen.

Profielensites, community’s en vriendensites worden verzameld onder de naam social networks. De bekendste richten zich op de ‘persoonlijke’ markt (Hyves, Facebook, MySpace enzovoort). Sterk in opkomst zijn de zakelijke netwerken, onder aanvoering van LinkedIn, waarbij professionals ‘vrienden’ van elkaar kunnen worden en waar je bijvoorbeeld ook kan terugvallen op de ‘collegae’ van je vrienden.
Tenslotte zijn er nog steeds sociale netwerken waar mensen zich bundelen rondom een gemeenschappelijke interesse. Eerder maakten we al kennis met Flickr en YouTube als voorbeelden van websites rondom fotografie, video en boeken. Maar ook het in ons land populaire SchoolBANK (vind oud-klasgenoten) is zo’n sociaal netwerk.

Social networkDe uitdaging voor archieven ligt in de vraag welke rol sociale netwerken kunnen spelen in de digitale dienstverlening. Als fysieke dienst is het archief een gebouw waar mensen bij elkaar komen, die historische informatie zoeken en onderzoek doen. Maar die mensen kennen elkaar online meestal niet, laat staan dat zij iets met elkaar delen of te delen (willen) hebben.

Waar liggen de mogelijkheden voor een archief(organisatie) als er een ‘filiaal’ op Hyves wordt geopend? Kan het archief vrienden maken en diensten aanbieden op Facebook? Wat kunnen individuele archiefmedewerkers en archieven dus met een sociaal netwerk?

In dit Ding ga je de wereld van de sociale netwerken ontdekken en nadenken over de vraag of jij je er thuis kan voelen en wat je archief in zo’n gemeenschap te zoeken heeft.

Ontdekoefening

Het staat je natuurlijk vrij om lid te worden van een sociaal netwerk. Als je het wilt, maak dan een account op een (of meer) van de netwerken hieronder. Er zijn er echter nog veel meer! Hanteer daarbij de naam die je ook voor 23 Archiefdingen gebruikt. Ga op zoek naar kennissen en sluit vriendschap. Dat gaat nog eenvoudiger dan in het echte leven! ;-)

Schrijf een stukje over je ervaringen. Wat kan je er allemaal doen, welke mogelijkheden zie je voor het archief en voor jezelf? Meld je je nergens aan, lees dan in elk geval enkele artikelen uit de extra infomatie en vorm je op basis daarvan een oordeel.

  • Archief 2.0: de plek waar toekomstgerichte archiefmensen bij elkaar komen. Al meer dan 500 leden!
  • Hyves: in Nederland het populairste netwerk
  • Facebook: internationaal het grootste netwerk. Werkt met vele applicaties van derden. Ook in het Nederlands
  • LinkedIn: vind collega’s en andere professionals
  • MySpace: groot netwerk, maar een beetje op z’n retour, lijkt het. Ook in een Nederlandse versie
  • www.myspace.com/naamvanartiestofband: alle grote artiesten en bands hebben een profiel op MySpace. Luister naar muziek, bekijk clips, concertreviews en word vriend in plaats van fan!
  • Sociabel.nl: seniorennetwerk waar senioren contact onderhouden met hun familie en vrienden. Achtergrondartikel over dit bijzondere netwerk bij Frankwatching
  • Orkut: eigendom van Google, dus eenvoudig aanmelden via je Google account
  • Plaxo Pulse: lid van meerdere sociale netwerken? Volg via deze site wat je vrienden allemaal doen
  • Dizzie.nl: een snelgroeiend sociaal netwerk rondom boeken en literatuur

Om te experimenteren kan je wederom gebruikmaken van de cursusaccounts. De keuze is gevallen op:

Hyves
Gebruikersnaam: archiefdingen23
Wachtwoord: archief20

Facebook
Gebruikersnaam: 23archiefdingen@gmail.com
Wachtwoord: archief20

LinkedIn
Gebruikersnaam: 23archiefdingen@gmail.com
Wachtwoord: archief20

Dizzie
Gebruikersnaam: 23-archiefdingen
Wachtwoord: archief20

Meer informatie

Social Networking in Plain English

#18 Catalogiseer je boekenkast met LibraryThing

Geschreven: 4 oktober 2009, door Luud de Brouwer

In het kort

Wie van boeken en catalogiseren houdt, zal LibraryThing (ook in een Nederlandse versie) geweldig vinden! Deze website stelt je in staat om je eigen boekenkast in kaart te brengen en te catalogiseren. Je ziet meteen hoeveel andere librarythinggebruikers ook jouw boeken hebben gelezen. Je kunt contact met die mensen maken of eens kijken wat zij nog meer gelezen hebben en misschien een vergelijkbare smaak hebben zoals jij.
Zoek het boek aan de hand van de titel en voeg ‘m toe aan je virtuele boekenkast. Daarna kun je er recensies over lezen van mensen die jouw boek ook bezitten en via hun boeken kun je weer op nieuwe leessuggesties komen. En als je een flink aantal van je boeken hebt gekoppeld aan LibraryThing, kun je ze bijvoorbeeld weergeven op je eigen weblog.

Het zijn niet alleen particulieren die hun boeken op deze manier vindbaar maken, ook bibliotheken ontdekken de mogelijkheden. Grote en kleine bibliotheken koppelen hun collecties aan LibraryThing. Het Nationaal Archief is naar aanleiding van deze cursus ook gebruik gaan maken van Librarything. Een deel van hun collectie hebben ze daar al geplaatst.
LibraryThing is al vele samenwerkingen aangegaan met bibliotheken, waarbij Nederland goed van zich doet spreken. Zo kun je vrijwel al je Nederlandstalige boeken terugvinden dankzij een koppeling met de collectie van de Koninklijke Bibliotheek.

Kortom, tijd om je boeken eindelijk eens in een catalogus onder te brengen en met bijna 500.000 leden en meer dan 30 miljoen titels moet dat heel goed mogelijk zijn.

Achtergrondinformatie

Ontdekoefening

  1. Ga naar de Nederlandse versie van LibraryThing en maak een persoonlijke account aan
  2. Voeg tenminste 10 boeken toe aan je bibliotheek
  3. Schrijf een blogpost over je ervaringen, waarbij je ook een link legt naar jouw virtuele boekenkast. Hoe populair zijn jouw boeken? Werd er over gediscussieerd?
  4. Je kan ook gebruik maken van het 23-Archiefdingen account. Gebruikersnaam: 23archiefdingen en wachtwoord: archief20
  5. Bonus: maak gebruik van de LibraryThing widget, waarmee je jebibliotheek op je weblog kunt tonen. Kom je er niet direct uit, zoek dan hulp bij een van je collega’s of laat dat hier in een reactie weten.

Ben je een Wordpress-gebruiker? Jammer genoeg is een widget niet zo eenvoudig in je blog te plaatsen als voor de Blogger mensen. Houd je van wat puzzelen, dan is er wel een uitleg, gemaakt door een 23 Dingen-deelnemer, waarmee je je collectie kan tonen op je weblog.

Meer informatie


Wim de Bie automatiseert zijn boekencollectie in strak tempo! Een Librarythinger van het eerste uur.

Nederlandse boekencommunity

Een snel groeiend, Nederlands sociaal netwerk rondom boeken en literatuur is Dizzie.nl

Boeken en vrienden toevoegen, lijstjes maken, recensies schrijven. Zeker waard om eens te bekijken. Wil je niet zelf een account maken om de site van binnen te bekijken, gebruik dan het 23 Archiefdingenaccount. Gebruikersnaam: 23-archiefdingen en wachtwoord: archief20

#19 Genealogie 2.0

Geschreven: 4 oktober 2009, door Bob Coret

In het kort

Genealogie is een populaire hobby die ook veel online bedreven wordt. Dankzij websites als Genlias en Digitale Bronbewerkingen kan een deel van het onderzoek online worden uitgevoerd. Ook gebruiken genealogen internet om hun stamboom te publiceren, gegevens uit te wisselen en met elkaar te discussiëren.

Sociale netwerken en stamboomonderzoek

Isn’t It Time You Joined a Social Network? Part III

Familienetwerksites als Familieband, Familie, Verwant en Geni maken het mogelijk om online een stamboom op te zetten, documenten of foto’s te delen en in contact te komen met verre familieleden. Er kunnen snel en gemakkelijk relaties met familieleden worden gelegd, die op hun beurt ook weer gegevens van kinderen, broers/zussen, ouders, partners en dergelijke hebben toegevoegd. Hierdoor groeit ‘de boom’ (van levenden) razendsnel. Ook voorouders kunnen opgevoerd worden in de online stamboom. Voor genealogen kan een dergelijk familienetwerk een handig hulpmiddel zijn om gegevens te vergaren en de familie bij de stamboom te betrekken!

Een website als het Stamboom Forum is een ander type sociaal netwerk waar stamboomonderzoekers en historisch geïnteresseerden elkaar ontmoeten. Deze website biedt legio zaken die belangrijk zijn voor stamboomonderzoekers:

  • Natuurlijk forumberichten, want de site is in de eerste plaats bedoeld als forum waar men elkaar kan helpen;
  • De familienamen die men (onder-)zoekt zijn doorzoekbaar via het Wie (onder)zoekt wie? register, die ook via een widget opgenomen kan worden op de eigen (archief)website;
  • Vriendendiensten die men voor elkaar verricht, bijvoorbeeld ‘Ik woon dicht bij het Drents Archief en wil best wel iets opzoeken voor leden’;
  • Favoriete genealogische websites zijn opgenomen in de StamboomGids, waar bezoekers de mogelijkheid hebben om recensies over deze websites te geven;
  • Elkaar informeren over genealogische evenementen, zoals een cursus, lezing, beurs, workshop, excursie of tentoonstelling;
  • Afbeeldingen (zogenaamde zoekplaatjes), zoals foto’s of scan’s plaatsen met de vraag om te helpen met identificatie of transcriptie.

Stamboomonderzoekers aan het werk gezet

Onder stamboomonderzoekers is een grote wil om op vrijwillige basis mee te helpen met digitaliseren en bewerken van genealogische bronnen. Bij de archieven zelf, maar ook online. Het gebruik maken van kennis en kunde van bezoekers van websites wordt ook wel crowd sourcing genoemd.

Ontdekoefeningen

  1. Kies één van de genoemde genealogische sociale netwerken en kijk er eens rond. Wordt er gediscussieerd over jouw instelling? Wat vinden bezoekers van jullie site? Zijn er mensen die vriendendiensten leveren door jouw instelling te bezoeken?
  2. Ervaar hoe het is om online mee te werken aan het bewerken van genealogische bronnen met de Familysearch Indexing tool. Voor wat voor projecten zou je zo’n tool in kunnen zetten?
  3. Schrijf een blogpost over je bevindingen.

Sociale netwerken en archieven

Bij de beschreven genealogische netwerken is een groot deel van de (potentiële) archiefbezoekers actief. Hiermee zijn deze netwerken dus ook interessant voor archieven. Door te participeren of gewoon mee te kijken (’lurken‘) kun je in contact treden met, of leren van, de andere gebruikers. Hier komt ook het aspect van Webcare (zie Ding #5) om de hoek kijken.

De netwerken kunnen ook gebruikt worden als communicatiemiddel, bijvoorbeeld om evenementen van de archiefinstelling op het gebied van genealogie te promoten. Ook bieden deze netwerken vaak widgets aan, kleine stukjes code die je in je website plakt om een bepaalde functionaliteit aan te bieden. Je kunt widgets van deze netwerken op je (archief-)website plaatsen, of bijvoorbeeld zelf widgets te ontwikkelen die de genealogische bezoekers op hun eigen website of sociale netwerkprofiel kunnen plaatsen.

Voorbeelden uit het veld

  • Virtuele studiezaal Gemeentearchief Den Haag Hier kunnen bezoekers gescande aktes uit de burgerlijke stand raadplegen en zelf meewerken aan het indexeren.
  • FamilySearch indexing Informatie over het online indexeringsproject van FamilySearch, de genealogische website van de Heiligen der Laatste dagen (ook bekend als Mormonen).
  • Van Papier naar Digitaal Project waarbij vrijwilligers archiefbronnen fotograferen die vervolgens online beschikbaar worden gesteld.
  • Online begraafplaatsen Website waar vrijwilligers foto’s van grafstenen plaatsen die door bezoekers gedownload kunnen worden.
  • Ancestry.com Amerikaanse commerciële genealogiesite, waar bronnen beschikbaar worden gesteld die door gebruikers direct aan hun stamboom kunnen worden gekoppeld en verrijkt met aanvullende informatie. Genealogen die dezelfde personen onderzoeken worden automatisch op elkaar geattendeerd.

Achtergrondinformatie

#16 Ontdek wat YouTube video te bieden heeft

Geschreven: 20 september 2009, door Luud de Brouwer

De videohosting sites zijn in de afgelopen twee jaar als paddestoelen uit de grond geschoten, met YouTube (er is ook een Nederlandse versie!) als absolute uitschieter wat populariteit betreft. Deze websites stellen gebruikers in staat om op eenvoudige wijze hun met telefoon, fotocamera of digitale videocamera gemaakt films te uploaden en zo te vertonen aan iedereen die erin geïnteresseerd is -of aan mensen die ze daarvoor toestemming geven.

In dit Ding snuffel je wat rond op YouTube en ontdek je wat deze site te bieden heeft voor particulieren – maar ook voor archieven. Wat is er te vinden over je favoriete artiest, hoe werkt een playlist en hoe zoek je via de rubrieken?

Natuurlijk, je komt er erg veel onzinnigheid tegen,wat de moeite van het kijken niet waard is. Maar je zal ook pareltjes tegenkomen, waarvan je het bestaan niet eens vermoedde.

Achtergrondinformatie

Alternatieve videosites

  • Vimeo is een concurrent van YouTube, waar vooral de betere beeldkwaliteit opvalt. Je kunt de verschillende mogelijkheden zien door in te loggen met het 23-Archiefdingenaccount: Gebruikersnaam 23archiefdingen@gmail.com en wachtwoord archief20.
  • 12Seconds. Vertel je boodschap in 12 seconden. Niet meer! Een soort Twitter in video.
  • Blip.tv host video en podcasts om in je weblog te gebruiken.

Ontdekoefening

  1. Surf door YouTube, bekijk tags, rubrieken, de zoekmogelijkheden etc. en schrijf erover op je blog. Wat kan je archiefinstelling ermee doen ter promotie van de diensten?
  2. Wellicht wil je een (archief-)filmpje in je blog plaatsen? Rechts van elke video vind je de zogenaamde “embed” code. Kopieer deze en plak ‘m dan in je blogpost. Let op:  je moet dan wel even omschakelen van de tab ‘Nieuw bericht’  naar de tab ‘HTML weergeven’ !
  3. Bonusoefening, voor als je er geen genoeg van kunt krijgen: Ook bij YouTube kun je gebruik maken van het account van 23 Archiefdingen. Gebruikersnaam 23archiefdingen en wachtwoord archief20. Dus, beschik je over een telefoon of fotocamera die filmpjes kan maken of een digitale videocamera … loop eens rond in je archief en laat die camera lopen. Archiefstukken, microfiches, computers, collega’s, mensen (vraag toestemming!), bordjes, geef je creativiteit de ruimte en upload het naar YouTube.

#16 Instant Messaging: blabla of uhhuh?

Geschreven: 14 september 2009, door Christian van der Ven

chat.jpgAls er één onderwerp al voer voor discussie is geweest in gezinssituaties, op scholen en in de bibliotheekwereld, maar nog nauwelijks in het archiefwezen, dan is dat wel chat. Door de een verfoeid en resoluut bestempeld als ‘wat een onzin wordt daar toch gekletst’, door de ander gezien als een zeer effectief gereedschap in de (bedrijfs-)communicatie en het onderhouden van vriendschappen.

Feit is, dat miljoenen mensen, wereldwijd en op elk moment van de dag, gebruik maken van een van de vele programma’s om te chatten, of beter gezegd te instant messagen (IM). Want IM is méér dan gezellig babbelen.

Eind jaren negentig kwam het Israelische bedrijfje ICQ (I Seek You) met een gratis programma, waarmee je kon zien of je vrienden net als jij online waren en waarmee je direct, typend, ook in gesprek kon komen. Al snel kwamen daar andere bedrijven bij die vergelijkbare programma’s ontwikkelden. Microsoft kwam met MSN (nu Windows Live Messenger), Yahoo! Met Yahoo! Messenger en Google met Google Chat (in Gmail opgenomen) en Google Talk.

Typerend aan IM software zijn:

  • Toevoegen en beheren van je contacten (of ‘vrienden’) in een ‘buddylijst’
  • Direct versturen van korte tekstberichtjes naar een van je contacten, of in een groepsgesprek
  • Naar elkaar kunnen verzenden van bestanden, zoals afbeeldingen

Steeds vaker worden IM-programma’s of webdiensten trouwens gecombineerd met geluid (spraak) en video (als je een webcam hebt), maar daar is ook speciale software voor. Wat bellen via de computer betreft is bijvoorbeeld Skype een erg bekend programma. Met deze gratis software kun je trouwens ook chatten.

Een typische Web 2.0 dienst, is Meebo. Geen software installatie, volledig webgebaseerd en verbeterd door de inbreng van de gebruikers. Heb je een Meebo account, dan kan je vanaf de website zowel via de bovengenoemde IM software met je contacten communiceren, alswel via je eigen website met sitebezoekers. Dat gebeurt via de Meebo widget, die je onder andere in actie ziet bij de Zeeuwse Bibliotheek.

Een soortgelijke alles-in-één service biedt Pidgin. Ook met dit programma kun je al je IM accounts beheren. Pidgin is onder andere in het Nederlands beschikbaar, maar je moet het wel downloaden.

Bibliotheken zien in deze vorm van communicatie met gebruikers nieuwe kansen, wat in 2007 leidde tot de opname van een chatversie van al@din. Helaas hield de dienst per 1 januari 2010 op te bestaan.

In dit Ding maak je kennis met IM. Vraag aan je collega’s of ze al van een chatprogramma gebruik maken en voeg elkaar toe in je buddylijst. Ontdek wat de mogelijkheden van het programma zijn en denk na over de mogelijkheden voor je archief, zowel voor intern gebruik als voor communicatie met klanten.

Achtergrondinformatie

Ontdekoefeningen

  1. Er zijn heel wat bibliotheken in het buitenland waar je een vraag kan stellen via IM. De lijst in de Library Success wiki is een mooi startpunt. In Nederland kan je dus je vragen stellen aan Al@din, maar bijvoorbeeld ook aan de Koninklijke Bibliotheek (gedurende bepaalde ‘openingstijden’). Er zijn echter nog maar weinig archieven actief met IM, maar de weblog ArchivesNext geeft een klein overzicht. Probeer eens een dienst uit en vertel hoe je dat is bevallen.
  2. Als je wilt, maak dan een account bij bijvoorbeeld Windows Live (MSN) of Gmail. Maak contact met collega’s, experimenteer met de mogelijkheden die het programma heeft en ontdek samen wat de mogelijkheden zijn voor je archief. Wat valt je op aan deze manier van communiceren, als je bijvoorbeeld chat vergelijkt met e-mail?
  3. Als je Gmail gebruikt dan heb je vast al gezien dat je met je contactpersonen kunt chatten. Wil je via je eigen weblog een chatvenstertje hebben, plaats dan een nieuw pagina-element in je Blogger-blog. Lees op de Google Talk chatback pagina hoe je de code daarvoor te pakken krijgt. Lukt het niet? Vraag via chat iemand om hulp! :-)
  4. Schrijf weer een stukje op je weblog over je ervaringen, ook als je IM al langer gebruikt.

#15 Microbloggen met Twitter

Geschreven: 14 september 2009, door Christian van der Ven

Een van de meestbesproken Web 2.0 toepassingen van het moment is Twitter. Ook steeds meer archivarissen ontdekken de kracht en de snelheid van het microbloggen, het is voor hen een ideale tool om nieuwtjes en berichten te delen.

Bedrijven en organisaties zien er een nieuw communicatiekanaal in, maar ook bekende Nederlanders, politici, schaatsers, wielrenners en auteurs. Zelfs enkele historische figuren hebben zich bij Twitter aangemeld. Volg bijvoorbeeld Charles Darwin op zijn reis met de Beagle, of onze eigen Aletta Jacobs, die je mee terugneemt naar de 19e eeuw!

Twitter is een eenvoudige Web 2.0 toepassing, waarbij het doel is om in 140 tekens een berichtje (een tweet genoemd) te publiceren op het web. Dat kan variëren van “onderweg naar de winkel, kattevoer is op” tot live-verslagen vanaf een studiedag, wedstrijd of muziekoptreden. Voor iemand die jouw bezigheden via Twitter volgt, is het alsof ze over je schouder mogen meekijken.

Twitteren houdt het midden tussen Instant Messaging (chatten, zie Ding #14), SMS en bloggen en wordt dus ook wel microbloggen genoemd. Een twitteraar deelt zijn of haar persoonlijke ‘informatiestroom’, maar bepaalt zelf met wie: de hele wereld, of slechts één of enkele contacten.

Je kunt je ‘abonneren’ op andermans tweets – en andere mensen kunnen zich, als jij dat wilt, ook abonneren op jouw berichten. In Twitterjargon ben je dan iemands follower. Je krijgt vanaf dat moment alle berichten van die persoon te zien op je eigen Twitterpagina, het is dus een soort RSS voor Twitter. Dankzij de functie Reply, waarmee je kunt reageren op iemands tweet, kunnen vervolgens korte conversaties ontstaan die lijken op chat, maar toch weer net iets anders zijn. Bijvoorbeeld omdat ook die reacties te zien zijn door je followers.

Een groot deel van het succes van Twitter is te danken aan de mogelijkheid om het te gebruiken vanaf de mobiele telefoon. Maar ook de Twitter website zelf wordt veel gebruikt, evenals Twitter clients als TweetDeck en Twhirl. Dit zijn programma’s die je op je computer installeert om zelf tweets te plaatsen en tweets van anderen te structureren en te lezen. Wanneer je het fenomeen liever vanaf een afstandje wilt aanschouwen, dan kun je uitgebreid zoeken in Twitter’s eigen zoekmachine, de eerste zoekmachine die zich richt op het real time web.

Met dat real time web wordt het internet van het hier en het nu bedoeld. Toen op Schiphol een vliegtuig neerstortte was dat nieuws wereldwijd meteen bekend via Twitter. Mensen die het zagen gebeuren stuurden daarover tweets en foto’s naar hun contacten, die vervolgens die berichten vaak weer via hun eigen netwerk verder verspreidden. Zo gebeurde dat ook met de verschrikkingen tijdens Koninginnedag in Apeldoorn. Actueler kan het internet op dit moment niet zijn!

Als je tijdens 23-archiefdingen.nl actief met Twitter aan de slag gaat, dan zijn dit de eerste stappen:

  1. Maak je account op de Twitter aanmeldpagina.
  2. Vul je Twitter profiel in, geef daarbij alleen die informatie over jezelf prijs waarvan je zeker weet dat je het met de hele wereld wil delen.
  3. Wanneer je bent ingelogd, zie je een tekstvak verschijnen met plaats voor 140 tekens: typ daarin wat je nu aan het doen bent of te melden hebt. Nadat je je bericht hebt verzonden is het direct leesbaar voor de mensen die jou volgen: Je ’status’ staat nu immers online op http://www.twitter.com/jouwgebruikersnaam. Je kunt je status zo vaak updaten als je zelf wil.
  4. Ga vervolgens op zoek naar personen en bedrijven of organisaties die jij wilt volgen via Find people. Op de pagina van de betreffende twitteraar vind je de Follow knop. Als de ander zijn of haar tweets heeft afgeschermd, dan moet je eerst toestemming krijgen.
  5. Iemand die jij gaat volgen is mogelijk ook in jou geïnteresseerd en zal zich gaan abonneren op jouw berichten. Wil je niet dat een bepaalde persoon jou volgt, dan kan je die gewoon blocken.

Bij het schrijven en lezen van tweets kom je enkele symbolen tegen die de volgende betekenis hebben:

  • D gebruikersnaam + bericht : Direct Message, een bericht direct gericht aan één persoon. Dit bericht is dus niet leesbaar voor iedereen, ook niet voor je followers!
  • @gebruikersnaam + bericht : Reply, een bericht bedoeld voor één persoon, maar leesbaar voor iedereen.
  • RT : een ReTweet is een eerder geplaatste tweet die is doorgestuurd. Hier treedt het sneeuwbaleffect in werking, omdat hiermee een bericht buiten een kringetje van volgers kan raken.
  • # : een hashtag wordt door twitteraars gebruikt om berichten rondom een bepaald onderwerp of evenement dezelfde tag mee te geven. #23ad word bijvoorbeeld gebruikt voor tweets over 23-archiefdingen.

Achtergrondinformatie

  • Wil je liever wat rondkijken, bekijk dan de mogelijkheden van Twitter Search (bekijk ook eens de geavanceerde zoekopties!).
  • Voor wie er geen genoeg van kan krijgen, probeer Twitter eens te integreren op je weblog.
  • Schrijf weer een bericht op je weblog over je ervaringen, nadat je enkele dagen met Twitter bezig bent geweest.