Laatste berichten

RSS #23ad op Twitter

Flickr tag archieven

Hoofdgebouw van de psychiatrische inrichting St. Anna

Odafeesten

Het bestuur van de stichting 'Eigen Boer'

Gezicht op Venray, vanuit het westen

De stal van de K.I. Vereniging Venray

More Photos

Welkom bij 23 Archiefdingen

Geschreven: 20 maart 2010, door Christian van der Ven

23 Archiefdingen leert je in 23 stappen vanalles over het zogenoemde ‘sociale web’. Wat dat is, wat je ermee kunt doen en hoe met name archieven kunnen inspelen op de digitale veranderingen waar we allemaal mee te maken hebben, leer je hier. Vooral door er zelf over na te denken en erover te bloggen, maar ook door er met anderen over te praten.

Collega’s vind je in het overzicht met Blogs. Achtergronden onder Over. De Dingen staan op deze weblog omgekeerd chronologisch, dus als je bij het begin wilt beginnen, ga dan naar het complete overzicht van onderwerpen bij Dingen.

Veel plezier, en succes! :-)

#23 Evalueer wat je in de afgelopen tijd hebt geleerd

Geschreven: 16 november 2009, door Luud de Brouwer

Y E S S S S ! Je hebt de finish gehaald, het 23e Ding! Je kan jezelf een schouderklop geven voor het feit dat je het hele programma hebt doorlopen. Gefeliciteerd!

Voor dit laatste Ding vraag ik je om terug te kijken op deze ontdekkingsreis en daar een laatste (althans, voor dit cursusprogramma) blogpost over te schrijven. Om er wat lijn in aan te brengen zou je over deze punten kunnen schrijven:

  • Wat waren je favoriete Dingen die je onderweg hebt leren kennen en gebruiken?
  • Wat heeft dit leerprogramma “gedaan” met jou en met de organisatie waar je werkt?
  • Waren er dingen die je verrasten, als onverwacht resultaat van dit programma?
  • Wat kan er gedaan worden om 23 Archiefdingen te verbeteren?
  • En vul aan: “23-Archiefdingen was voor mij …”

Het waren intensieve maanden waarin je het soms misschien niet meer zag zitten, maar het waren ook tijden waarin er in je organisatie dag in dag uit over Web 2.0 werd gepraat. In elk geval heeft het je ervaring met en je kennis over het nieuwe web flink verrijkt. En je hebt iets gedaan, waar je misschien lang geleden al mee stopte: spelen en spelend leren.

Wij wensen je veel succes toe in het doorgaan met spelen en ontdekken. Je weet nu weer hoe dat gaat!

Tenslotte kan je hieronder nog kijken en luisteren naar de bedenkster en promotor van 23 Things, Helene Blowers. Ze spreekt hier naar aanleiding van het afronden van het eerste traject dat werd gedaan bij de Public Library of Charlotte and Mecklenburg.

Rob Coers en de Archief 2.0 community wensen je veel plezier bij je verdere zoektocht op internet.

#22 Mobiele toepassingen – de toekomst?

Geschreven: 15 november 2009, door Tim de Haan

In het kort

In alle onderzoeken over internet, de trendvoorspellingen voor de (nabije) toekomst zie je een aantal ontwikkelingen terugkomen. Mobiel, Altijd en Overal spelen hierbij een centrale rol. Een praktische uitwerking hiervan is dat technisch geavanceerde, krachtige en slimme mobiele telefoons, voorzien van mobiel internet, Global Positioning System (GPS) en multimedia voorzieningen, bezig zijn aan een opmars. Zo werden er in Europa in 2009 zo’n 186 miljoen telefoons verkocht waarbij er 1 op de 7 een zogenaamde Smartphone is. Dit betekent dat er nu al ongeveer 26,5 miljoen telefoons smart zijn en naar verwachting is dat percentage rond 2013 naar 38% gestegen. Ook in Nederland lopen de statistieken hiermee in de pas met zo’n 10% tot 15% aan smartphonegebruikers.

Kenmerken
Wat zijn de kenmerken van smartphones?

  • Ze hebben grote beeldschermen met veel kleuren (vaak) voorzien van een aanraakscherm een zogenaamd touchscreen
  • Een camera is aanwezig om foto´s en video te maken
  • Op het toestel is relatief snel mobiel internet beschikbaar
  • Applicaties – ook vaak apps genoemd – (die op zijn minst verbinding hebben met internet) zijn aangepast op mobiel gebruik. Ze zijn dus geschaald naar de schermgrootte en maken geen excessief gebruik van de bandbreedte (transfer van data over internet) of processorcapaciteit (het hart van pc of mobiele telefoon).

De bekendste voorbeelden hiervan zijn momenteel de iPhone van Apple, de Android toestellen van HTC en Samsung en de Nokia N-series. Maar bijna elk merk heeft wel één of meerdere smartphones in het assortiment.
Verder zien we meer en meer dat de telefoon een verlengstuk wordt van je sociale netwerk(en). Let maar eens op de reclames over mobiele telefoons. Die gaan al lang niet meer over het bellen en sms-en maar over het binnen handbereik hebben van je sociale netwerk. Ook de (Nederlandse) providers spelen hier handig op in met tarieven voor mobiel internet, vaak gebaseerd op zogenaamde flat fee tarieven. Zolang je niet al te gek met mobiel internet in de weer bent betaal je maandelijks een vast tarief voor internet toegang. Voor € 10,- ben je dan al snel altijd en overal online.

De telefoon is niet primair meer een toestel om mee te bellen maar bovenal om verbonden te zijn met de wereld om je heen. Dat brengt ons tot een laatste kenmerk: locatie.
Vrijwel alle smartphones zijn uitgerust met GPS. Dat lijkt een simpele constatering, maar biedt uiteindelijk een schat aan mogelijkheden om geografisch gebaseerde informatie en diensten aan te bieden, mobiel en realtime. Aangepast en toegespitst op tijdstip en plek.

Applicaties
Een van de grootste groeimarkten gekoppeld aan de stijgende verkoopcijfers van de smartphone is die van de applicaties, de zogenaamde apps. Deze apps worden door de verschillende telefoon-besturingsprogramma’s aangeboden in hun app-stores, waarbij iTunes van de iPhone verreweg de bekendste en grootste is. Daarnaast is er de Android-Market voor de Android-telefoons (gebaseerd op het Google-besturingsprogramma), App World voor Blackberry (een smartphone die zich vooral richt op de zakelijke markt), OVI voor de Nokia toestellen, Marketplace voor Windows Mobile telefoons (voorzien van het Windows-besturingsprogramma).

Het principe is eenvoudig; via de browser of app-store op je telefoon ga je op zoek naar een programma, een app van je gading. Je download het (eventueel na betaling) en je kan er gelijk mee aan de slag.
Het aanbod in kwantiteit en kwaliteit is overweldigend. Van Jawbreaker en Solitaire (spelletjes) naar QR-code scanners (een soort barcode die je telefoon direct naar websites brengt) via GPS trackers (programma’s die kunnen volgen waar, hoe hoog of hoe snel je bent) naar apps voor je favoriete sociale netwerken (Twitter, Facebook, Hyves of LinkedIn).

Een aparte vermelding is er voor de recente opkomst van Augmented Reality (toegevoegde realiteit) en de rol van de (Nederlandse) browser Layar hierin. Deze app was een van de eerste breed toegankelijke toepassingen van Augmented Reality voor de smartphone. Door de GPS en internetverbinding op de telefoon aan een kompas en een camera te verbinden, vertelt de telefoon je waarheen je kijkt en waar je bent. De camera levert het beeld voor de interface en het internet verbindt het geheel aan elkaar. Zo krijg je een filter over het camerabeeld, met daarop informatie van bijvoorbeeld Funda (een makelaarswebsite). Het aantal locaties en informatielagen groeit hard maar is nog betrekkelijk klein waardoor je niet overal de Augmented Reality kan oproepen. Vooral commerciële partijen zijn dit momenteel aan het verkennen.

Achtergrondinformatie

Ontdekoefening

Heb je een smartphone inclusief een mobiel internet abonnement, begeef je dan op de app-store van je specifieke merk smartphone en probeer eens enkele in de artikelen genoemde apps uit. Indien mogelijk op jouw telefoon, speel dan eens met de Augmented Reality-browser Layar en ontdek de wereld op een andere manier. Ben je zelf niet in het bezit van een smartphone, vraag dan eens aan een collega, vriend of familielid die er wel een heeft of die je eens kort een paar van zulke apps kan laten zien, over welke hij of zij enthousiast is en waarom.

Kun je een app bedenken voor het archief, die gebruik maakt van mobiel internet, camera en/of GPS? QR codes gekoppeld aan recensies van een archiefstuk, een mobiele versie van de website? Laat je fantasie het werk doen en schrijf je bevindingen en ideeën weer op in een blogbericht!

#21 Archief 2.0 en de toekomst van archieven

Geschreven: 9 november 2009, door Christian van der Ven

Archief 2.0

In het kort

Archief 2.0 is een betrekkelijk nieuwe term die gebruikt wordt voor een verzameling gedachten om op een andere manier archiefdiensten aan te bieden aan de gebruikers. De naam Archief 2.0 is een afgeleide van Web 2.0 en gekscherend krijgen ook andere branches weleens het label 2.0 opgeplakt wanneer er klantgerichter of ‘anders’ (moderner) gewerkt gaat worden: Reizen 2.0, Boodschappendoen 2.0, Koken 2.0 en ga zo maar door. Kernpunt is dat “2.0″ alle ruimte biedt aan gebruikers om mee te werken aan en te participeren in de verdere ontwikkeling van bestaande en nieuwe diensten en producten, zowel online als in de ‘echte’ wereld. Maar hoe onecht is online eigenlijk?

De moderne archiefdienst is niet alleen een fysiek gebouw of een website waar bezoekers heengaan, maar biedt haar diensten aan op alle (virtuele) plekken waar klanten zijn. En de moderne archiefdienst maakt daarbij gebruik van de Web 2.0 tools waar zij (die klanten) al vertrouwd mee zijn.

Velen redeneren dat Archief 2.0 meer is dan alleen een term om nieuwe Web 2.0 technologieën in een archiefsetting te plaatsen. Het is tegelijkertijd een term die gebruikt wordt om een bepaald bewustzijn van de (digitale) veranderingen om ons heen waar te nemen en daar ook actief in mee te willen gaan. Een gedragsverandering dus!

Hoe het ook zij en welke kant de discussie ook uit zal gaan, iedereen die het archiefwezen van nabij volgt is ervan overtuigd dat de archiefdienst van morgen (of over vijf of tien jaar) er totaal anders uit zal zien dan het archief van vandaag. En dat geldt ook voor het werken in een archief. En dat geldt dus ook voor jouw archief. En voor jou.

Ontdekoefening

  1. Bekijk twee of drie van de suggesties voor extra informatie over Archief 2.0 (zie onder). Als je zelf goede andere artikelen, presentaties of wat dan ook hebt gevonden, laat het dan weten via een reactie op dit bericht.
  2. Schrijf een blogpost waarin je je gedachten weergeeft over één van deze bronnen.
  3. Meld je aan bij de Archief 2.0 community met je cursusaccountgegevens en neus er eens rond. Bekijk bijvoorbeeld het discussiearchief!
  4. Schrijf een blogpost over hoe jij tegen Archief 2.0 aankijkt.

Extra informatie

In Nederland besteden maar heel weinig bloggers regelmatig aandacht aan Archief 2.0, maar ook door bibliothecarissen en in het buitenland wordt geblogd. Kijk maar eens op deze weblogs (en zoek eventueel in hun archief):

  • Links, tags en widgets / Luud de Brouwer (Regionaal Archief Tilburg) blogt regelmatig over Web 2.0 en talloze andere onderwerpen
  • De Digitale Archivaris / Christian van der Ven (BHIC) blogt regelmatig over Archief 2.0
  • ArchivesNext / Kate Theimer is de meest vooraanstaande Amerikaanse blogger over Archives 2.0
  • Web 2.0 op ArchivesHub / Engelse blogposts over Web 2.0 voor archieven
  • ZB Digitaal / Edwin Mijnsbergen is de meest toonaangevende biblioblogger in Nederland, die schrijft over Web 2.0 in z’n algemeen en Bibliotheek 2.0 in het bijzonder

En natuurlijk is er een online community zeer actief op het gebied van Archief 2.0. Je kunt de discussies en ideëen vrij bekijken, maar om mee te doen kan je het beste lid worden: www.archief20.org

Neem eventueel ook eens een kijkje bij onze collega’s van Bibliotheek 2.0.

#20 Footnote, een sociaal archiefnetwerk

Geschreven: 1 november 2009, door Marilou Nillesen

In het kort

Ben je geïnteresseerd in weduwen van Amerikaanse mariniers of in UFO’s – om maar twee willekeurige voorbeelden te noemen – dan is er goed nieuws: je bent namelijk niet de enige!
De site Footnote laat een ongelooflijke hoeveelheid informatie zien op het gebied van de (Amerikaanse) geschiedenis: documenten, archiefstukken en foto’s. Niet alleen over treurende vrouwen of vliegende objecten, maar een breed scala aan onderwerpen. Door samenwerking met National Archives, Allen County Public Library en FamilySearch zijn miljoenen historische documenten nu voor een groot publiek makkelijk beschikbaar. Vanuit je luie stoel grasduin je door de geschiedenis; je neust even door de persoonlijke post van Lincoln of probeert te traceren waar nu net die onbekende foto’s in 1945 zijn genomen.

footnote-1

Footnote en sociale netwerken
Het motto van Footnote is: History for the People – Discover. Discuss. Connect. Share. Footnote combineert historische documenten met een sociaal netwerk. Liefhebbers kunnen hierdoor naar hartelust interessante stukken downloaden maar ook hun eigen verhaal bij historische gebeurtenissen uploaden. Statisch historisch materiaal krijgt hierdoor een menselijk gezicht. En het aangeboden materiaal heeft een wereldwijd bereik. Dus wie benieuwd is naar die soldaat zonder naam die sterft met alleen de foto van zijn kinderen op zak, zet dat op Footnote.

Nieuw op de site is het onderdeel I Remember waarbij Footnote samenwerkt met het populaire Facebook. Op een persoonlijke pagina worden kleine monumentjes opgericht voor mensen die gestorven zijn. Informatie van Facebook én Footnote worden hierbij gekoppeld. Daarnaast kunnen liefhebbers hun eigen schoenendoos met foto’s en verhalen plaatsen op een eigen Footnote-pagina maar het is ook mogelijk die informatie te koppelen aan onderwerpen die al op Footnote staan.

Een mengeling daarvan vind je op de Vietnam Wall Memorial. Alle namen op dit monument zijn apart aan te klikken en je krijgt direct een beeld van de gesneuvelde soldaat. Naam, rang, woonplaats, religie, getrouwd of niet, wanneer hij naar Vietnam is vertrokken en wanneer, waar en waaraan hij is overleden. Sommige mensen geven korte comments (reacties) op dit onderdeel; ze halen herinneringen op aan de soldaat of laten op deze manier weten dat hij niet vergeten is. Anderen maken een aparte pagina voor deze persoon. Alle feitelijke informatie, plus tijdbalk, wordt al in een vast stramien aangeboden door Footnote, maar er is volop ruimte voor eigen foto’s, verhalen en herinneringen.

Hierdoor biedt Footnote een overzicht van belangrijke historische gebeurtenissen tot persoonlijke herinneringen en familiegeschiedenissen.

Footnote en archiefonderzoek
Of het nu gaat om de Tweede Wereldoorlog, de Amerikaanse presidenten, historische kranten of andere documenten: Footnote heeft het in huis en wil het ook delen. Oké, als je documenten wil downloaden, heb je een abonnement nodig maar rondklikken is gratis en heel veel is voor niets te zien. Bovendien kost een gemiddelde hobby meer dan een jaarabonnement bij Footnote én je krijgt er ook veel voor terug.

footnote-2

De stukken die je te zien krijgt, zijn bijvoorbeeld van prima kwaliteit. Dat komt omdat Footnote samenwerkt met een commerciële partij die zorgt voor het technische deel. En dat is te zien: je hoeft niet uren te wachten voordat een stuk is ingelezen en de scans zijn mooi. De stukken die van de National Archives zijn ingescand, zijn allemaal loepzuiver. Sommige stukken die anderen hebben geupload zijn van mindere kwaliteit, maar dat gaat maar om een heel klein deel. Qua techniek zit het daarom allemaal wel snor.

Door de samenwerking met de National Archives hoeft Footnote voorlopig niet bang te zijn dat ze zonder mooie documenten komt te zitten! ;-) Veel van de stukken die je nu kunt vinden, waren niet eerder via internet beschikbaar. En er komen maandelijks weer nieuwe documenten bij.

Ook voor genealogen met Amerikaanse roots kan Footnote het werk vereenvoudigen. Met een gigantische database aan informatie is de kans groot dat ook één van jouw voorvaderen daarin zijn sporen heeft nagelaten.

Footnote is bovendien gebruiksvriendelijk. Je hoeft geen handig ict-mannetje te zijn om documenten te annoteren, foto’s in de spotlight te zetten of foto’s en verhalen met elkaar te verbinden. Wil je zelf een collectie van bepaalde foto’s vormen, word het je ook niet moeilijk gemaakt. Via “Drag&Drop” (Sleur&Pleur in goed Nederlands) heb je zo jouw favoriete foto’s bijelkaar staan. De knoppen staan duidelijk bij de documenten en spreken voor zich: een kind kan de was doen. A child can do the laundry want ja, Footnote is natuurlijk wel Engelstalig.

Ontdekoefeningen

  1. Wandel ‘ns rustig door Footnote (probeer niet te verdwalen!). Je kunt inloggen met gebruikersnaam: 23archiefdingen@gmail.com en wachtwoord: archief20
  2. Neem een kijkje bij onder andere Member Discovories (en zie waarmee andere Footnote-leden op dat moment bezig zijn).
  3. Kies een aansprekend archiefstuk en annoteer er een stukje van (jawel hoor; je kunt als je wil zo een deel van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring annoteren).
  4. Welke onderdelen van deze site zouden toepasbaar zijn voor jouw archief?
  5. Zet een deel van een foto in een Spotlight.
  6. Welk onderdeel vind je niet goed aan Footnote of zou je anders willen zien?

footnote-3

Meer informatie

#19 Genealogie 2.0

Geschreven: 4 oktober 2009, door Bob Coret

In het kort

Genealogie is een populaire hobby die ook veel online bedreven wordt. Dankzij websites als Genlias en Digitale Bronbewerkingen kan een deel van het onderzoek online worden uitgevoerd. Ook gebruiken genealogen internet om hun stamboom te publiceren, gegevens uit te wisselen en met elkaar te discussiëren.

Sociale netwerken en stamboomonderzoek

Isn’t It Time You Joined a Social Network? Part III

Familienetwerksites als Familieband, Familie, Verwant en Geni maken het mogelijk om online een stamboom op te zetten, documenten of foto’s te delen en in contact te komen met verre familieleden. Er kunnen snel en gemakkelijk relaties met familieleden worden gelegd, die op hun beurt ook weer gegevens van kinderen, broers/zussen, ouders, partners en dergelijke hebben toegevoegd. Hierdoor groeit ‘de boom’ (van levenden) razendsnel. Ook voorouders kunnen opgevoerd worden in de online stamboom. Voor genealogen kan een dergelijk familienetwerk een handig hulpmiddel zijn om gegevens te vergaren en de familie bij de stamboom te betrekken!

Een website als het Stamboom Forum is een ander type sociaal netwerk waar stamboomonderzoekers en historisch geïnteresseerden elkaar ontmoeten. Deze website biedt legio zaken die belangrijk zijn voor stamboomonderzoekers:

  • Natuurlijk forumberichten, want de site is in de eerste plaats bedoeld als forum waar men elkaar kan helpen;
  • De familienamen die men (onder-)zoekt zijn doorzoekbaar via het Wie (onder)zoekt wie? register, die ook via een widget opgenomen kan worden op de eigen (archief)website;
  • Vriendendiensten die men voor elkaar verricht, bijvoorbeeld ‘Ik woon dicht bij het Drents Archief en wil best wel iets opzoeken voor leden’;
  • Favoriete genealogische websites zijn opgenomen in de StamboomGids, waar bezoekers de mogelijkheid hebben om recensies over deze websites te geven;
  • Elkaar informeren over genealogische evenementen, zoals een cursus, lezing, beurs, workshop, excursie of tentoonstelling;
  • Afbeeldingen (zogenaamde zoekplaatjes), zoals foto’s of scan’s plaatsen met de vraag om te helpen met identificatie of transcriptie.

Stamboomonderzoekers aan het werk gezet

Onder stamboomonderzoekers is een grote wil om op vrijwillige basis mee te helpen met digitaliseren en bewerken van genealogische bronnen. Bij de archieven zelf, maar ook online. Het gebruik maken van kennis en kunde van bezoekers van websites wordt ook wel crowd sourcing genoemd.

Ontdekoefeningen

  1. Kies één van de genoemde genealogische sociale netwerken en kijk er eens rond. Wordt er gediscussieerd over jouw instelling? Wat vinden bezoekers van jullie site? Zijn er mensen die vriendendiensten leveren door jouw instelling te bezoeken?
  2. Ervaar hoe het is om online mee te werken aan het bewerken van genealogische bronnen met de Familysearch Indexing tool. Voor wat voor projecten zou je zo’n tool in kunnen zetten?
  3. Schrijf een blogpost over je bevindingen.

Sociale netwerken en archieven

Bij de beschreven genealogische netwerken is een groot deel van de (potentiële) archiefbezoekers actief. Hiermee zijn deze netwerken dus ook interessant voor archieven. Door te participeren of gewoon mee te kijken (’lurken‘) kun je in contact treden met, of leren van, de andere gebruikers. Hier komt ook het aspect van Webcare (zie Ding #5) om de hoek kijken.

De netwerken kunnen ook gebruikt worden als communicatiemiddel, bijvoorbeeld om evenementen van de archiefinstelling op het gebied van genealogie te promoten. Ook bieden deze netwerken vaak widgets aan, kleine stukjes code die je in je website plakt om een bepaalde functionaliteit aan te bieden. Je kunt widgets van deze netwerken op je (archief-)website plaatsen, of bijvoorbeeld zelf widgets te ontwikkelen die de genealogische bezoekers op hun eigen website of sociale netwerkprofiel kunnen plaatsen.

Voorbeelden uit het veld

  • Virtuele studiezaal Gemeentearchief Den Haag Hier kunnen bezoekers gescande aktes uit de burgerlijke stand raadplegen en zelf meewerken aan het indexeren.
  • FamilySearch indexing Informatie over het online indexeringsproject van FamilySearch, de genealogische website van de Heiligen der Laatste dagen (ook bekend als Mormonen).
  • Van Papier naar Digitaal Project waarbij vrijwilligers archiefbronnen fotograferen die vervolgens online beschikbaar worden gesteld.
  • Online begraafplaatsen Website waar vrijwilligers foto’s van grafstenen plaatsen die door bezoekers gedownload kunnen worden.
  • Ancestry.com Amerikaanse commerciële genealogiesite, waar bronnen beschikbaar worden gesteld die door gebruikers direct aan hun stamboom kunnen worden gekoppeld en verrijkt met aanvullende informatie. Genealogen die dezelfde personen onderzoeken worden automatisch op elkaar geattendeerd.

Achtergrondinformatie

#18 Catalogiseer je boekenkast met LibraryThing

Geschreven: 16 september 2009, door Luud de Brouwer

In het kort

Wie van boeken en catalogiseren houdt, zal LibraryThing (ook in een Nederlandse versie) geweldig vinden! Deze website stelt je in staat om je eigen boekenkast in kaart te brengen en te catalogiseren. Je ziet meteen hoeveel andere librarythinggebruikers ook jouw boeken hebben gelezen. Je kunt contact met die mensen maken of eens kijken wat zij nog meer gelezen hebben en misschien een vergelijkbare smaak hebben zoals jij.
Zoek het boek aan de hand van de titel en voeg ‘m toe aan je virtuele boekenkast. Daarna kun je er recensies over lezen van mensen die jouw boek ook bezitten en via hun boeken kun je weer op nieuwe leessuggesties komen. En als je een flink aantal van je boeken hebt gekoppeld aan LibraryThing, kun je ze bijvoorbeeld weergeven op je eigen weblog.

Het zijn niet alleen particulieren die hun boeken op deze manier vindbaar maken, ook bibliotheken ontdekken de mogelijkheden. Grote en kleine bibliotheken koppelen hun collecties aan LibraryThing. Het Nationaal Archief is naar aanleiding van deze cursus ook gebruik gaan maken van Librarything. Een deel van hun collectie hebben ze daar al geplaatst.
LibraryThing is al vele samenwerkingen aangegaan met bibliotheken, waarbij Nederland goed van zich doet spreken. Zo kun je vrijwel al je Nederlandstalige boeken terugvinden dankzij een koppeling met de collectie van de Koninklijke Bibliotheek.

Kortom, tijd om je boeken eindelijk eens in een catalogus onder te brengen en met bijna 500.000 leden en meer dan 30 miljoen titels moet dat heel goed mogelijk zijn.

Achtergrondinformatie

Ontdekoefening

  1. Ga naar de Nederlandse versie van LibraryThing en maak een persoonlijke account aan
  2. Voeg tenminste 10 boeken toe aan je bibliotheek
  3. Schrijf een blogpost over je ervaringen, waarbij je ook een link legt naar jouw virtuele boekenkast. Hoe populair zijn jouw boeken? Werd er over gediscussieerd?
  4. Je kan ook gebruik maken van het 23-Archiefdingen account. Gebruikersnaam: 23archiefdingen en wachtwoord: archief20
  5. Bonus: maak gebruik van de LibraryThing widget, waarmee je jebibliotheek op je weblog kunt tonen. Kom je er niet direct uit, zoek dan hulp bij een van je collega’s of laat dat hier in een reactie weten.

Ben je een WordPress-gebruiker? Jammer genoeg is een widget niet zo eenvoudig in je blog te plaatsen als voor de Blogger mensen. Houd je van wat puzzelen, dan is er wel een uitleg, gemaakt door een 23 Dingen-deelnemer, waarmee je je collectie kan tonen op je weblog.

Meer informatie


Wim de Bie automatiseert zijn boekencollectie in strak tempo! Een Librarythinger van het eerste uur.

Nederlandse boekencommunity

Een snel groeiend, Nederlands sociaal netwerk rondom boeken en literatuur is Dizzie.nl

Boeken en vrienden toevoegen, lijstjes maken, recensies schrijven. Zeker waard om eens te bekijken. Wil je niet zelf een account maken om de site van binnen te bekijken, gebruik dan het 23 Archiefdingenaccount. Gebruikersnaam: 23-archiefdingen en wachtwoord: archief20

#17 Sociale netwerken en wat er in te doen is

Geschreven: 15 september 2009, door Christian van der Ven

In het kort

Al sinds het begin van het internet komen mensen online bij elkaar rond een onderwerp dat hen bindt. Zo ontstonden de eerste bulletin boards voor computeraars, enige tijd later gevolgd door de nieuwsgroepen op Usenet en de forums, die zich nestelen binnen websites of een zelfstandig leven leiden.
Mensen hebben duidelijk een behoefte om op het internet gelijkgestemden te ontmoeten die met dezelfde vragen en problemen worstelen als zij. Dat varieert van een nieuwsgroep voor verzamelaars van antiek, voor mensen met een zeldzame ziekte en groepen rond huishoudelijke issues, tot forums over wetenschap en religie.

onlinesocialnetworks.jpgMedio negentiger jaren kwamen daar ineens de zogenoemde profielensites bij. Daarbij gaat het niet zozeer om een onderwerp waaromheen mensen zich groeperen, maar draait het vooral om jouzelf en je eigen netwerk. Orkut en Friendster waren twee van de eerste websites waar je je kan aanmelden, een eigen plekje krijgt en waarin je vertelt wie je bent, wat je doet, ergens van vindt en waar je belangstelling naar uit gaat. Vervolgens nodig je mensen uit om ook lid te worden van deze profielensite en om vriend met je te worden. Online vrienden bekijken elkaars profielen, maar delen vooral meer met elkaar dan dat alleen. Foto’s, muziek, bestanden, maar vooral ook wat hen dagelijks bezighoudt, je deelt het met je vrienden! En hoe meer vrienden je hebt, hoe beter je gebruik kunt maken van wat anderen met je willen delen.

Profielensites, community’s en vriendensites worden verzameld onder de naam social networks. De bekendste richten zich op de ‘persoonlijke’ markt (Hyves, Facebook, MySpace enzovoort). Sterk in opkomst zijn de zakelijke netwerken, onder aanvoering van LinkedIn, waarbij professionals ‘vrienden’ van elkaar kunnen worden en waar je bijvoorbeeld ook kan terugvallen op de ‘collegae’ van je vrienden.
Tenslotte zijn er nog steeds sociale netwerken waar mensen zich bundelen rondom een gemeenschappelijke interesse. Eerder maakten we al kennis met Flickr en YouTube als voorbeelden van websites rondom fotografie, video en boeken. Maar ook het in ons land populaire SchoolBANK (vind oud-klasgenoten) is zo’n sociaal netwerk.

Social networkDe uitdaging voor archieven ligt in de vraag welke rol sociale netwerken kunnen spelen in de digitale dienstverlening. Als fysieke dienst is het archief een gebouw waar mensen bij elkaar komen, die historische informatie zoeken en onderzoek doen. Maar die mensen kennen elkaar online meestal niet, laat staan dat zij iets met elkaar delen of te delen (willen) hebben.

Waar liggen de mogelijkheden voor een archief(organisatie) als er een ‘filiaal’ op Hyves wordt geopend? Kan het archief vrienden maken en diensten aanbieden op Facebook? Wat kunnen individuele archiefmedewerkers en archieven dus met een sociaal netwerk?

In dit Ding ga je de wereld van de sociale netwerken ontdekken en nadenken over de vraag of jij je er thuis kan voelen en wat je archief in zo’n gemeenschap te zoeken heeft.

Ontdekoefening

Het staat je natuurlijk vrij om lid te worden van een sociaal netwerk. Als je het wilt, maak dan een account op een (of meer) van de netwerken hieronder. Er zijn er echter nog veel meer! Hanteer daarbij de naam die je ook voor 23 Archiefdingen gebruikt. Ga op zoek naar kennissen en sluit vriendschap. Dat gaat nog eenvoudiger dan in het echte leven! ;-)

Schrijf een stukje over je ervaringen. Wat kan je er allemaal doen, welke mogelijkheden zie je voor het archief en voor jezelf? Meld je je nergens aan, lees dan in elk geval enkele artikelen uit de extra infomatie en vorm je op basis daarvan een oordeel.

  • Archief 2.0: de plek waar toekomstgerichte archiefmensen bij elkaar komen. Al meer dan 500 leden!
  • Hyves: in Nederland het populairste netwerk
  • Facebook: internationaal het grootste netwerk. Werkt met vele applicaties van derden. Ook in het Nederlands
  • LinkedIn: vind collega’s en andere professionals
  • MySpace: groot netwerk, maar een beetje op z’n retour, lijkt het. Ook in een Nederlandse versie
  • www.myspace.com/naamvanartiestofband: alle grote artiesten en bands hebben een profiel op MySpace. Luister naar muziek, bekijk clips, concertreviews en word vriend in plaats van fan!
  • Sociabel.nl: seniorennetwerk waar senioren contact onderhouden met hun familie en vrienden. Achtergrondartikel over dit bijzondere netwerk bij Frankwatching
  • Orkut: eigendom van Google, dus eenvoudig aanmelden via je Google account
  • Plaxo Pulse: lid van meerdere sociale netwerken? Volg via deze site wat je vrienden allemaal doen
  • Dizzie.nl: een snelgroeiend sociaal netwerk rondom boeken en literatuur

Om te experimenteren kan je wederom gebruikmaken van de cursusaccounts. De keuze is gevallen op:

Hyves
Gebruikersnaam: archiefdingen23
Wachtwoord: archief20

Facebook
Gebruikersnaam: 23archiefdingen@gmail.com
Wachtwoord: archief20

LinkedIn
Gebruikersnaam: 23archiefdingen@gmail.com
Wachtwoord: archief20

Dizzie
Gebruikersnaam: 23-archiefdingen
Wachtwoord: archief20

Meer informatie

Social Networking in Plain English

#16 Instant Messaging: blabla of uhhuh?

Geschreven: 14 september 2009, door Christian van der Ven

chat.jpgAls er één onderwerp al jaren voer voor discussie is geweest in gezinssituaties, op scholen en in de bibliotheekwereld, maar nog nauwelijks in het archiefwezen, dan is dat wel chat. Door de een verfoeid en resoluut bestempeld als ‘wat een onzin wordt daar toch gekletst’, door de ander gezien als een zeer effectief gereedschap in het onderhouden van vriendschappen, de bedrijfscommunicatie en de dienstverlening.

Feit is dat miljoenen mensen, wereldwijd en op elk moment van de dag, gebruikmaken van een van de vele programma’s om te chatten, of beter gezegd te instant messagen (IM). Want IM is méér dan gezellig babbelen.

Eind jaren negentig kwam het Israelische bedrijfje ICQ (I Seek You) met een gratis programmaatje waarmee je kon zien of je vrienden net als jij online waren en waarmee je direct, typend, ook met hen in gesprek kon komen. Al snel kwamen daar andere bedrijven bij die vergelijkbare programma’s ontwikkelden. Microsoft kwam met MSN (nu Windows Live Messenger), Yahoo! Met Yahoo! Messenger en Google met Google Chat (in Gmail opgenomen) en Google Talk. Tegenwoordig maakt chat ook steeds vaker deel uit van andere websites. Vooral in sociale netwerken als Hyves en Facebook wordt inmiddels volop gechat, maar ook bijvoorbeeld in een webservice als Google Docs. Chat is overal!

Typerend aan IM software zijn:

  • Toevoegen en beheren van je contacten (ook wel ‘vrienden’ of ‘buddies’ genoemd) in een contactlijstje. Je contacten zijn meestal te herkennen aan hun avatar (bijvoorbeeld een pasfoto of een geinig plaatje)
  • Direct versturen van korte tekstberichtjes naar een van je contacten of in een groepsgesprek
  • Naar elkaar kunnen verzenden van links en bestanden, zoals afbeeldingen of tekstdocumenten
  • Het – soms uitbundige – gebruik van smilies, ook wel emoticons genoemd :-D

Steeds vaker worden IM-programma’s of webdiensten trouwens gecombineerd met geluid (spraak) en beeld (als je een webcam hebt), maar daar is ook speciale software voor. Voor bellen via de computer is bijvoorbeeld Skype een erg bekend programma. Met deze gratis software kun je trouwens ook chatten.

Een typische Web 2.0-dienst is Meebo. Geen software-installatie, volledig webgebaseerd en verbeterd door de inbreng van de gebruikers. Heb je een Meebo-account, dan kan je vanaf de website zowel via de bovengenoemde IM-software met je contacten communiceren, alswel via je eigen website met sitebezoekers. Dat gebeurt via de Meebo widget, die je onder andere in actie ziet bij de Zeeuwse Bibliotheek.

Een soortgelijke alles-in-één service bieden talloze clients, zoals Pidgin. Pidgin is onder andere in het Nederlands beschikbaar, maar je moet het wel downloaden op iedere computer waarop je het programma wilt gebruiken.

In dit Ding maak je kennis met IM. Vraag aan je collega’s of ze al van een chatprogramma gebruikmaken en voeg elkaar toe in je contactlijst. Ontdek wat de mogelijkheden van het programma zijn en denk na over de mogelijkheden voor je archief, zowel voor intern gebruik als voor communicatie met klanten. Door deze cursus heb je al Gmail met ingebakken chatfunctionaliteit, dus je kunt meteen aan de slag!

Achtergrondinformatie

Ontdekoefeningen

  1. Er zijn heel wat bibliotheken in het buitenland waar je een vraag kan stellen via IM. De lijst in de Library Success wiki is een mooi startpunt. In Nederland kan je dus vragen stellen aan de Zeeuwse Bibliotheek, maar bijvoorbeeld ook aan de Koninklijke Bibliotheek (gedurende bepaalde ‘openingstijden’). Helaas kun je nog maar met weinig archieven chatten, op dit moment alleen met het BHIC en het Gemeentearchief Rotterdam. Probeer eens een dienst uit en vertel hoe je dat is bevallen.
  2. Als je wilt, maak dan een account bij bijvoorbeeld Windows Live (MSN) of Gmail (waarschijnlijk heb je dat zelfs al). Maak contact met collega’s, experimenteer met de mogelijkheden die het programma heeft en ontdek samen wat de mogelijkheden zijn voor je archief. Wat valt je op aan deze manier van communiceren, als je bijvoorbeeld chat vergelijkt met email? Of met bellen?
  3. Als je Gmail gebruikt, dan heb je vast al gezien dat je met je contactpersonen kunt chatten. Wil je via je eigen weblog een chatvenstertje hebben, plaats dan een nieuw pagina-element in je Blogger-blog en lees op de Google Talk chatback-pagina hoe je de code voor zo’n venstertje (de badge genoemd) te pakken krijgt. Lukt het niet? Vraag via chat iemand om hulp! :-)
  4. Schrijf weer een stukje op je weblog over je ervaringen, ook als je IM al langer gebruikt.

#15 Microbloggen met Twitter

Geschreven: 14 september 2009, door Christian van der Ven

Een van de meestbesproken Web 2.0-toepassingen van het moment is Twitter. Ook steeds meer archivarissen ontdekken de kracht en de snelheid van het microbloggen. Het is voor hen een ideale tool om nieuwtjes en berichten te delen.

Bedrijven en organisaties zien er een nieuw communicatiekanaal in, maar ook bekende Nederlanders, politici, schaatsers, wielrenners en auteurs. Zelfs enkele historische figuren hebben zich bij Twitter aangemeld. Volg bijvoorbeeld Charles Darwin op zijn reis met de Beagle of onze eigen Aletta Jacobs, die je mee terugneemt naar de 19e eeuw!

Twitter is een eenvoudige Web 2.0-toepassing, waarbij het doel is om in 140 tekens een berichtje (een tweet genoemd) te publiceren op het web. Dat kan variëren van “onderweg naar de winkel, kattevoer is op” tot live-verslagen vanaf een studiedag, wedstrijd of muziekoptreden. Voor iemand die jouw bezigheden via Twitter volgt, is het alsof ze over je schouder mogen meekijken.

Twitteren houdt het midden tussen Instant Messaging (chatten, zie Ding #16), sms’en en bloggen en wordt dus ook wel microbloggen genoemd. Een twitteraar (tweep) deelt zijn of haar persoonlijke ‘informatiestroom’, maar bepaalt zelf met wie: de hele wereld of slechts één of enkele contacten.

Je kunt je ‘abonneren’ op andermans tweets en andere mensen kunnen zich, als jij dat wilt, ook abonneren op jouw berichten. In Twitterjargon ben je dan iemands follower (volger). Je krijgt vanaf dat moment alle berichten van die persoon te zien op je eigen Twitterpagina. Het is dus een soort rss voor Twitter. Dankzij de functie reply, waarmee je kunt reageren op iemands tweet, kunnen vervolgens korte conversaties ontstaan die lijken op chat, maar toch weer net iets anders zijn. Bijvoorbeeld omdat die reacties ook te zien zijn voor je volgers.

Een groot deel van het succes van Twitter is te danken aan de mogelijkheid om het te gebruiken vanaf de mobiele telefoon. Maar ook de Twitter-website zelf wordt veel gebruikt, evenals Twitter clients als TweetDeckTwhirl, en Hootsuite. Dit zijn programma’s of websites om zelf tweets te plaatsen en tweets van anderen te structureren en te lezen, soms via een programma wat je op je computer installeert, soms online. Wanneer je het fenomeen liever vanaf een afstandje wilt aanschouwen, dan kun je uitgebreid zoeken in Twitter’s eigen zoekmachine, de eerste zoekmachine die zich richt op het real time web.

Met dat real time web wordt het internet van het hier en het nu bedoeld. Toen op Schiphol een vliegtuig neerstortte was dat nieuws wereldwijd meteen bekend via Twitter. Mensen die het zagen gebeuren stuurden daarover tweets en foto’s naar hun contacten, die vervolgens die berichten vaak weer via hun eigen netwerk verder verspreidden. Zo gebeurde dat ook met de verschrikkingen tijdens Koninginnedag in Apeldoorn. Actueler kan het internet op zo’n moment niet zijn!

Als je tijdens 23 Archiefdingen actief met Twitter aan de slag gaat, dan zijn dit de eerste stappen:

  1. Maak je account op de Twitter-aanmeldpagina.
  2. Vul je Twitter-profiel in. Geef daarbij alleen die informatie over jezelf prijs waarvan je zeker weet dat je het met de hele wereld wil delen.
  3. Wanneer je bent ingelogd, zie je een tekstvak verschijnen met plaats voor 140 tekens. Typ daarin wat je nu aan het doen bent of te melden hebt. Nadat je je bericht hebt verzonden is het direct leesbaar voor de mensen die jou volgen. Je ‘status’ staat nu immers online op http://www.twitter.com/jouwgebruikersnaam. Je kunt je status zo vaak updaten als je zelf wil.
  4. Ga vervolgens op zoek naar personen en bedrijven of organisaties die jij wilt volgen via find people. Op de pagina van de betreffende twitteraar vind je de follow-knop. Als de ander zijn of haar tweets heeft afgeschermd, dan moet je eerst toestemming krijgen. Volg natuurlijk toch tenminste Archief 2.0: @archief20
  5. Iemand die jij gaat volgen is mogelijk ook in jou geïnteresseerd en zal zich gaan abonneren op jouw berichten. Wil je trouwens niet dat een bepaalde persoon jou volgt, dan kan je die gewoon blocken.

Bij het schrijven en lezen van tweets kom je enkele symbolen tegen die de volgende betekenis hebben:

  • D gebruikersnaam + bericht : Direct Message, een bericht direct gericht aan één persoon. Dit bericht is dus niet leesbaar voor iedereen, ook niet voor je followers!
  • @gebruikersnaam + bericht : Reply, een bericht bedoeld voor één persoon, maar leesbaar voor iedereen.
  • RT : Re-Tweet, een eerder geplaatste tweet die is doorgestuurd. Hier treedt het sneeuwbaleffect in werking, omdat hiermee een bericht buiten een kringetje van volgers kan raken.
  • # : een hashtag wordt door twitteraars gebruikt om berichten rondom een bepaald onderwerp of evenement dezelfde tag mee te geven. #23ad word bijvoorbeeld gebruikt voor tweets over 23 Archiefdingen.

Achtergrondinformatie

  • Wil je liever wat rondkijken, bekijk dan de mogelijkheden van Twitter Search (bekijk ook eens de geavanceerde zoekopties!).
  • Verschillende archieven twitteren er al lustig op los. Ook zonder eigen account kun je ze online volgen, om te zien hoe je collega’s Twitter gebruiken. Misschien brengt het je alsnog op een idee?
  • Voor wie er geen genoeg van kan krijgen, probeer Twitter eens te integreren op je weblog.
  • Schrijf weer een bericht op je weblog over je ervaringen, nadat je enkele dagen met Twitter bezig bent geweest.